Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2014

Vroeger –ik hoor het jullie denken: kijk nou, opa vertelt– ging ik voor NOS Langs de Lijn als verslaggever lijfelijk naar alle wedstrijden toe. Nationaal, internationaal, alles kon. Van bezuinigingen bij de publieke omroep was nog nauwelijks sprake. Dus voor bijvoorbeeld een Europese wedstrijd van pakweg Ajax, Feyenoord of PSV ging je drie dagen op pad: dinsdags meestal met de ploeg heen, woensdags de wedstrijd en donderdags weer terug. Datzelfde gold voor wedstrijden van het Nederlands elftal. Maar ik ben voor de serie “Twintig jaar na de Triple” voor PSVtv ook naar veel spelers-van-toen geweest, die nu in het buitenland spelen of wonen. Dat kon allemaal.

Tijdens grote evenementen kosten commentaarposities enorm veel geld, hier bij de voetbalfinale OS Sydney

Tijdens grote evenementen kosten commentaarposities enorm veel geld, hier bij de voetbalfinale OS Sydney

Mijn eerste uitwedstrijd van Oranje was in 1987, Spanje-Nederland (1-1, Gullit) in Nou Camp in Barcelona. Soms ging er ook nog wel eens een producer mee, zodat je jezelf geen zorgen hoefde te maken over accreditaties, posities in het stadion en verbindingen. Dat was overigens het eerst dat onder bezuinigingen afviel: de producer.
Ook voor betaalzenders Supersport, FilmNet en Canal+, de voorlopers van Sport1, ging ik veel weekenden naar wedstrijden in Spanje, Engeland, Italie of Duitsland. Vaak gingen zelfs Guus Hiddink of Wim Kieft als analist mee! We zaten in luxe hotels en kregen ene royale dagvergoeding.
Buitenlandse clubs kregen echter in de gaten dat met de komst van steeds meer commerciële omroepen er geld te verdienen was aan al die commentatoren die op hun wedstrijden afkwamen en allerlei faciliteiten wensten, zoals een goede werkplek en een afkijk-monitor. Daar werd ook de (publieke) NOS de dupe van. Ik stond ooit in Noorwegen bij Brann Bergen voor een Europese wedstrijd van PSV en daar kwam iemand van de club of van de Noorse omroep een half uur voor de wedstrijd doodleuk vertellen dat ik een verbinding kon krijgen, mits ik eerst even 500 dollar wilde aftikken. Datzelfde overkwam mij bij Dynamo Batumi in de toch al zo betrouwbare voormalige Sovjet-staat Georgië, waar ineens 1000 dollar betaalt moest worden voor de commentaar-positie in het stadion. In beide gevallen heb ik na overleg met het thuisfront geweigerd te betalen en heb vervolgens gewoon m’n werk kunnen doen.

Ook bij de Olympische Spelen in 2000 in Sydney deed ik incidenteel versdlag vanaf een tv-scherm in de studio!

Ook bij de Olympische Spelen in 2000 in Sydney deed ik incidenteel verslag vanaf een tv-scherm in de studio, bijvoorbeeld van onderdelen waar geen Nederlanders bij betrokken waren!

In die periode zal het geweest zijn, dat toenmalig Langs de Lijn-hoofd Ferry de Groot het zg. off-tube-verslag bedacht: bij een te dure reis of teveel dollars voor rechten en commentaarpositie, deden wij als verslaggevers wedstrijden vanaf een tv-scherm in de radiostudio in Hilversum. Technisch was dat geen probleem: van de collega’s van Studio Sport takten wij een lijntje general noise af en voilà! Dat werd in het begin van de jaren ‘90 mondjesmaat gedaan. Ik heb bij dat soort gelegenheden dan ook nooit gezegd dat ik IN Munchen zat, maar dat ik KEEK naar de wedstrijd Bayern Munchen  tegen bijvoorbeeld Barcelona. En we deden dat ook alleen maar bij wedstrijden, waar we achteraf geen spelers of trainers wilden of konden interviewen.
Toen het tijdens het WK Voetbal in 1998 in Frankrijk bekend werd, dat NOS-radio wedstrijden aan de hand van tv-beelden vanaf de hotelkamer versloeg, was Leiden in last. Ik heb tijdens het WK inderdaad een aantal wedstrijden vanaf mijn hotelkamer gedaan: tv aan, met eigen apparatuur verbinding met Nederland maken, daar werd stadion-geluid eronder gezet en aan de slag! We konden simpelweg niet in alle stadions tegelijk zijn. Bovendien vroeg de UEFA exorbitante bedragen voor een commentaarpositie. Dat waren nooit wedstrijden van Oranje, maar duels waar we na afloop toch geen interviews maakten. Bij de halve finale tussen Nederland en Brazilie waren we gewoon in het stadion, maar de andere halve finale, Frankrijk-Kroatie, heb ik vanaf het televisiescherm in mijn hotelkamer in het Zuidfranse Menton gedaan. ‘NOS-radio belazerd de luisteraar’ klonk het en in een aantal columns kregen we er stevig van langs. Wat een onzin! Het gaat er namelijk niet om HOE ik jullie over een wedstrijd informeer, maar het gaat erom DAT ik jullie op een juiste en adequate wijze informeer. De manier waarop is totaal niet van belang. Al doe ik het vanaf het toilet, als de juiste info jullie maar via de radio bereikt.

Als er Nederlanders meededen, had ik bij de NOS altijd wel een eigen commentaarpositie op de locatie. Hier bij badminton in Sydney.

Als er Nederlanders meededen, had ik bij de NOS altijd wel een eigen commentaarpositie op de locatie. Hier bij het badminton in Sydney.

Een mooi voorbeeld vind ik de halve finale van de Champions League op 1 april 1998 tussen Real Madrid en Borussia Dortmund. Die wedstrijd deed ik voor Langs de Lijn vanuit mijn toenmalige huis in Veghel en vlak voor het begin van de wedstrijd werd het doel door fans van Real Madrid omver getrokken, nadat onverlaten eerder de doelpalen half hadden doorgezaagd. Er moest een nieuw doel gehaald worden en dat duurde bijna een uur. Ik was thuis echter veel beter geïnformeerd dan ik in het stadion zou zijn geweest. Ik heb nog getracht de Nederlandse scheidsrechter van dat duel, Mario van der Ende, in de kleedkamer te bellen maar hij nam niet op. Logisch ook eigenlijk. Maar doordat ik thuis inmiddels ook zapte naar de Duitse zender RTL, hoorde ik details die ik in het stadion nooit zou hebben kunnen weten. En dus kon ik die avond de luisteraars van Langs de Lijn veel beter informeren, dan als ik zelf in Estadio Bernabeu in Madrid geweest was.

Commentaar-positie in de studio's van Sport1 in Amsterdam...

Commentaar-positie in de studio’s van Sport1 in Amsterdam…

Inmiddels is het gewoon en geaccepteerd, dat wedstrijden in Hilversum of Amsterdam in de studio van achter een scherm gedaan worden. Bij Sport1, waar ik veel voor werk, gaat het vrijwel niet anders. Een enkele keer gaat een commentator naar een topper in Spanje of Duitsland. Maar de meeste wedstrijden worden verslagen in een hok als hiernaast staat afgebeeld. Dat is prima te doen hoor! En er zijn nog steeds mensen die mij op maandag vragen of ik na de wedstrijd zaterdagavond nog ben wezen stappen in Bilbao? Of in Hannover! Ik zeg dan steevast: ja, in Eindhoven! Ze hebben het dus niet eens in de gaten. En zo hoort het ook.

(Op 1 april a.s. ben ik 40 jaar journalist. In januari, februari en maart zal ik wekelijks in blog-vorm de nodige anekdotes uit 40 jaar Journalistiek prijsgeven, inclusief foto’s uit den ouden doosch! Soms hilarisch, soms spannend, misschien ook wel onthullend! Volgende week deel 5, Eén man wil nóóit meer met mij praten!)

Read Full Post »

Een collega heeft mij ooit het begrip slim werken uitgelegd. Hard werken is leuk, veel werken ook. Ik heb daar nooit een hekel aan  gehad, omdat ik mij al die veertig jaar gerealiseerde dat ik het mooiste vak van de wereld heb. Maar inderdaad, slim werken heeft ook wel iets. Ik moest daar toen ik begin januari in Tignes was, weer aan denken! Daar ontstond ook deze blog.

Veel verhalen voor Ski Magazine, maar dan wel met een journalistieke invalshoek

Veel verhalen voor Ski Magazine, maar dan wel met een journalistieke invalshoek

Een van de leukste klussen, die ik in alle jaren als freelancer heb gehad is schrijven voor het blad Ski Magazine. Dat heb ik tussen 1998 en 2008 gedaan. Voor NOS-radio had ik in het begin van de jaren ‘90 een aantal winters op rij het NK Ski verslagen. Tijdens die werkzaamheden leerde ik mensen kennen binnen de Nederlandse Ski Vereniging. Ook degenen, die over de exploitatie en invulling van het maandelijkse Ski Magazine gingen. Vanaf de winter 1998/1999  –ik was tenslotte freelancer-  ging ik voor dat blad verhalen maken over wintersportplaatsen en alles wat daarmee samenhangt. Die teksten waren dan bedoeld voor publicatie in de winter daarop. Heerlijk: geen stress in je hoofd, geen hijgende deadlines in je nek en alle tijd om je verhalen te maken.
Mijn eerste verhaal voor Ski Magazine was er een over het dorpje St. Martin de Belleville, aan het begin van de Quatre Vallees, in Frankrijk. Mijn dochter @RaykeJansen brak op die trip bij een ski-valpartij haar pols, want het gezin –en later mijn toenmalige vriendin @nicole_040- mochten gewoon mee. Dat was nooit een probleem.

Voor Ski Magazine van de ene naar de andere wintersportplaats...

Voor Ski Magazine van de ene naar de andere wintersportplaats…

Accommodatie (vaak all-in) werd doorgaans door de lokale VVV of liftmaatschappij aangeboden en ook de liftpassen lagen netjes voor ons klaar! En niet zelden was er een hele dag een gids beschikbaar om ons al skiënd de mooiste plekjes van het betreffende gebied te laten zien! Dankzij Ski Magazine heb ik allerlei grote en minder grote wintersportplaatsen kunnen bezoeken: Kitzbühel, Kirchberg, Courmayeur, Courchevel, Sestrieres, Tauplitz, Flachau, Hintertux, Langenfeld, Obergurgl, Hochgurgl, Tignes, Val d’Isere, Galtur, Kaprun, Bad Gastein, Bad Hofgastein, Dorfgastein, Solden, Ramsau en dan zal ik best nog wat vergeten. Ik ging daar meestal in de tweede en derde week van januari heen. Voor Langs de Lijn was er dan in de winterstop toch geen voetbal te verslaan, dus ik kon daar best even gemist worden. Ik heb zelfs in de zomer en keer een reportage gemaakt over zomerskiën op de gletsjers in Solden en op de Stelvio-gletsjer in Noord-Italië!

Nederlands kampioen ski Harald de Man in 1994

Nederlands kampioen ski Harald de Man in 1994

Ik zocht altijd wel naar een journalistieke invalshoek voor zo’n verhaal en wilde er niet alleen maar een glad verkooppraatje voor een ski-resort van maken. Zo was ik in 2002 in Galtur, dat drie jaar eerder te maken had met een alles verwoestende lawine, die op 24 februari 1999 tot in het centrum van het dorp was gekomen. Daarbij kwamen 31 mensen, onder wie zes Nederlanders, om het leven. In dat verhaal was te lezen wat Galtur na die tijd had gedaan om zo’n ramp in de toekomst te voorkomen. Ik heb daar ook met betrokkenen en nabestaanden gesproken. En een indrukwekkend monument voor de slachtoffers bezocht. Dat was best wel heel heftig!
Ik was ook in Kaprun, in 2004. Dat was vier jaar na het vreselijke ongeluk met de bergtrein naar de Kitzsteinhorngletsjer. Bij een brand in die trein in een bergtunnel kwamen 155 mensen om het leven. Dat was op 11 november 2000. Hoe krabbelt een skiresort als Kaprun na zo’n ramp weer op? Hoe gaan de inwoners daar mee om en hoe zag de plaats van de ramp er vier jaar na dato uit? En zou er ooit nog eens een trein door die tunnel rijden? Dat soort vragen!

Het Italiaanse Sestriere, twee jaar voor de Winterspelen van 2006

Het Italiaanse Sestriere, twee jaar voor de Winterspelen van 2006

Twee jaar voor de Olympische Winterspelen in Turijn (2006) was ik in Sestrieres. Daar zouden alle skidisciplines van de Olympiade zijn. Wat was er twee jaar voor de Spelen al klaar en wat moest er nog gerealiseerd worden? Hoe zwaar was de Olympische piste en waar zaten gevaar en linke delen? En in 2005 vroeg ik in Val d’Isere en Tignes naar alles dat er nog moest gebeuren voor het WK Alpineski in 2009. Ook mijn bezoek aan de Doppelmayr-fabriek in Bregenz leverde een echt journalistiek verhaal op. Doppelmayr is in Oostenrijk, Zwitserland en Frankrijk hofleverancier van skiliften. Die reportage ging over de veiligheid van kabelbanen, gondels en stoeltjesliften. Ik bleek een van de weinige (buitenlandse) journalisten te zijn, die het laboratorium met test-parcours van binnen mocht bekijken met uitleg van alle ins’ en out’s! Met dat soort invalshoeken probeerde ik er steeds wat meer van te maken dan een simpel reclameverhaaltje voor een ski-resort. En ik heb in die jaren ook interviews gedaan met meervoudig ski-kampioenen Hermann Maier en Bode Miller. Die laatste maakte al na een kwartier een einde aan het interview omdat mijn vragen hem niet bevielen. En ik maakte ook een mooi verhaal over de Oostenrijkse DJ Otzi, die met Anton Aus Tirol een enorme apres-ski-hit had.

Skileraar Erwin maakte in Galtur de lawine mee en overleefde hem...

Skileraar Erwin maakte in Galtur de lawine mee en overleefde hem…

Dit soort fantastische klussen hebben mij het begrip werkvakantie opgeleverd: slim werken en daarbij het nuttige en het aangename verenigen. Zo heb ik in 2005 een trip naar Florida gecombineerd met twee reportages voor Tennis Magazine over gerenommeerde tennisscholen in Amerika: die van Nick Bolletieri in Bradenton en die van Chris en John Evert in Boca Raton.
Helaas ging het na 2008, net als met veel andere magazines, ook met Ski Magazine en Tennis Magazine commercieel wat minder. En was er geen redactiebudget meer voor dit soort verhalen en reportages. Jammer, maar ik heb er toch een groot aantal jaren zakelijk en privé van kunnen genieten! Been there, done that! Zoiets!

(Op 1 april a.s. ben ik 40 jaar journalist. In januari, februari en maart zal ik wekelijks in blog-vorm de nodige anekdotes uit 40 jaar Journalistiek prijsgeven, inclusief foto’s uit den ouden doosch! Soms hilarisch, soms spannend, misschien ook wel onthullend! Volgende week deel 4, ‘De luisteraar belazeren? Wat een onzin!’)

Read Full Post »

Toen ik na vier jaar Gelderlander bij Janssen Pers in het Noord Limburgse Gennep belandde wilde ik eigenlijk maar een ding: naar de radio. Het liefst natuurlijk als DJ, maar na proefuitzendingen bij Radio Noordzee in 1974 en de AVRO in 1976 zat dat er blijkbaar niet in. Misschien woonde ik in het zuiden toch te ver van het vuur; misschien moet je daar naast het hebben van een portie kwaliteit ook gewoon dagelijks de vloer platlopen. En jezelf ergens binnen lullen!

Op de redactie van weekblad-uitgeverij Janssen Pers in Gennep

Op de redactie van weekblad-uitgeverij Janssen Pers in Gennep

Overigens heb ik in 1976 de kans gehad om de muziek in te gaan en bij platen- maatschappij CBS te gaan werken: als medewerker van de promotie-afdeling met uitzicht op meer. Maar ik had toen net een huis-met-hypotheek en zou voor die job naar het westen moeten verhuizen. Ik heb dat toen niet gedaan en heb daar nooit spijt van gehad. Integendeel! Maar goed: de radio was het ultieme doel. Was het niet als DJ, dan maar als journalist. Tijdens deelnames aan Limburgse DJ-kampioenschappen in de late 70’s (twee keer eerste, een keer tweede!) kwam ik in contact met Alf Poel en Jan Marutiak. Beiden zaten in de jury, maar waren ook verantwoordelijk voor de (sport)programma’s van de ROZ, de Regionale Omroep Zuid, de voorloper van de regionale omroep L1. Of ik interesse had om voor hun radiosportprogramma op zondag top-amateurwedstrijden in Noord-Limburg te bezoeken en interviews na afloop te maken? Clubs als Venray, Blerick, Wilhelmina ’08 uit Weert en Volharding uit Vierlingsbeek speelden toen hoofdklasse en om die vier clubs ging het voornamelijk. Omdat ik in mijn jaren bij Janssen Pers (geen familie, dubbele S!) naast mijn muziekpassie al een voorkeur voor sport in het bijzonder had gekregen, hapte ik snel toe. Het werk bij Janssen Pers omvatte naast het bezoeken van raadsvergaderingen in Gennep, Groesbeek, Mook en Bergen voornamelijk het herschrijven van ingestuurde persberichten. Niets ten nadele van die werkzaamheden: ik heb er ongelooflijk veel geleerd En het heeft mij mede gevormd tot de journalist die ik nu ben. Maar het was niet echt mijn ding!

Op de regie-stoel tijdens een sport-uitzending bij Omroep Brabant in 1982

Op de regie-stoel tijdens een sportuitzending bij Omroep Brabant in 1982

De werkzaamheden voor de ROZ hebben mij in een latere fase zeker geholpen bij mijn sollicitatie naar de functie van sportredacteur radio bij Omroep Brabant in Eindhoven. Dat was in 1980. Grappig trouwens: ik werd aangenomen door toenmalig hoofdredacteur Jacques Grijpink, maar mocht met mijn stem niet presenteren op de radio, want ik sprak te Haags. Niet Brabants genoeg! Teveel broodje-ei-met-ui dus! Dat is later wel veranderd en van 1982 tot 1986 heb ik veel programma’s van Omroep Brabant gepresenteerd. En: ik zat bij de radio! Regionale omroepen waren in die jaren een kweekvijver voor de omroepen in Hilversum en vanaf 1985 ging ik incidenteel al iets doen voor NOS Langs de Lijn. Als ik eens een PSV-primeurtje had, wilde Langs de Lijn graag mijn interview hebben, op zaterdag werkte ik regelmatig samen met NCRV Zaterdagsport. Toen in 1986 de functie eindredacteur sport bij de NCRV vacant kwam, was dat mijn stap naar Hilversum. Als sportverslaggever van de NCRV werd je aan de NOS ‘uitgeleend’ voor grote gezamenlijke uitzendingen. Ook het programma Langs de Lijn was zo’n gezamenlijke uitzending! Door de week presenteerde ik op twee dagen Hier en Nu, de actualiteitenrubriek van de NCRV (lees ook mijn blog over Nelson Mandela eens!), op vrijdagavond en zaterdagmiddag presenteerde ik het sportprogramma van de NCRV en op woensdagavond en zaterdagavond werkte ik voor Langs de Lijn van de NOS. Op zondag niet, want NCRV’ers mochten in die tijd uit geloofsovertuiging niet op zondag werken. Vond ik als niet-praktiserend katholiek niet erg trouwens!

Uitzending NCRV zaterdagsport, samen met Rocky Tuhuteru in 1990.

Uitzending NCRV Zaterdagsport, samen met Rocky Tuhuteru in 1990.

Mijn eerste wedstrijd voor Langs de Lijn deed ik op 10 mei 1986, vlak voor mijn overstap van Omroep Brabant naar de NCRV: PSV-Go Ahead Eagles (8-2) en jullie weten, daar is het niet bij gebleven. Ik heb uiteindelijk precies 20 jaar voor NOS Langs de Lijn gewerkt. Eerst als NCRV-medewerker tot 1993. Toen de NCRV met haar sportprogramma’s op Radio 3, toen nog Hilversum 3, stopte, ben ik verder gegaan als freelancer en heb nog tot 2006 voor Langs de Lijn gewerkt: als presentator van uitzendingen, als verslaggever bij sportevenementen. Dankzij de NOS en NCRV –en daar ben ik hen nog steeds dankbaar voor- heb ik de hele wereld gezien! Olympische Spelen van 1988 in Seoel, 1992 in Barcelona, winterspelen dat jaar in Albertville, 1996 in Atlanta, 2000 in Sydney. EK’s en WK’s voetbal in Duitsland, Italie, Frankrijk, Engeland en Nederland/Belgie, vele Europese wedstrijden inclusief de finales Ajax-Lokomotiv Leipzig in ’87 in Athene  en PSV-Benfica in ’88 in Stuttgart en de FA-cup-finale tussen Wimbledon en Liverpool (Wimble done it!!) in mei 1988. Ik heb diverse interlands van Oranje voor de NOS verslagen. Vaak ook als man voor de interviews na afloop. Twee steken er bovenuit: eerst Nederland-België in 1985, het duel waardoor Oranje NIET naar het WK in Mexico in 1986 ging, en de EK-kwalificatiewedstrijd Nederland-Cyprus met het bom-incident in oktober 1987. Maar ik was ook bij het WK Volleybal in Brazilië in 1990 en op Wimbledon in 2001 met de roemruchte finale tussen Goran Ivanisevic en Patrick Rafter. Om maar eens wat te noemen. Uiteindelijk toch bij de radio. En hoe!

In 1988 als radioverslaggever achter het doel van Hans van Breukelen bij PSV- Real Madrid (0-0)

In 1988 als radioverslaggever achter het doel van Hans van Breukelen bij PSV- Real Madrid (0-0)

Het ultieme doel was bereikt. Eigenlijk heb ik dat vaak gehad. Als ik iets heel graag wilde, lukte dat meestal ook wel. En natuurlijk heb ik onderweg ook wel mazzel gehad. Gingen er deuren open, als ik er toevallig voor stond. Maar, een bekende bank zegt in haar reclameslogan: het begint met ambitie. Ergens vol voor gaan als je iets echt wilt, dat zit wel in mij! Misschien helpt mijn sterrenbeeld -Ram- daar ook wel aan mee. Het heeft mij in elk geval gebracht waar ik nu sta.

(Op 1 april a.s. ben ik 40 jaar journalist. In januari, februari en maart zal ik wekelijks in blog-vorm de nodige anekdotes uit 40 jaar Journalistiek prijsgeven, inclusief foto’s uit den ouden doosch! Soms hilarisch, soms spannend, misschien ook wel onthullend! Volgende week deel 3, ‘Slim werken is ook een optie’)

Read Full Post »

Op 1 april aanstaande ben ik 40 jaar journalist. Ik zal de komende drie maanden via deze blog wekelijks de nodige anekdotes uit 40 jaar Journalistiek prijsgeven, inclusief foto’s uit den ouden doosch! Soms hilarisch, soms spannend, misschien ook wel onthullend! Want ik heb natuurlijk in die veertig jaar wel het nodige meegemaakt!

Maar goed, terug naar 1 april 1974. Nee, zeker geen mop! Op die dag –komende 1 april precies 40 jaar geleden- startte ik als leerling-journalist bij dagblad De Gelderlander in Nijmegen. Ik had destijds iets met Nijmegen. Nog steeds trouwens, want het is naast Eindhoven eigenlijk de enige stad in ons land waar ik zou kunnen en willen wonen. Ik heb er het grootste deel van mijn middelbare schoolopleiding gedaan, ben er als DJ begonnen, heb er nog steeds familie, vrienden en vriendinnen en begon er dus als journalist.

Mijn aanstellingsbrief uit 1974: ruim 10.000 gulden per jaar, bijna 900 gulden in de maand. Bruto, dat dan weer wel.....

Mijn aanstellingsbrief uit 1974: ruim 10.000 gulden per jaar, bijna 900 gulden in de maand. Bruto, dat dan weer wel…..

Eigenlijk wilde ik na de HAVO veel liever naar de School voor de Journalistiek in Utrecht, maar mijn vader vond dat niet zo’n goed idee. Ik kom uit een traditioneel katholiek gezin en de School voor de Journalistiek in Utrecht vond hij als rechtgeaarde KVP’er een veel te linkse opleiding. Dat feest ging dus niet door. Hij had trouwens veel liever dat ik net als hij in verzekeringen was gegaan, maar daar had ik absoluut geen ambitie voor. Gelukkig had mijn vader via via contact met de toenmalige hoofdredacteur van De Gelderlander, Louis Frequin. Hij zou hem benaderen om te kijken of er plaats was voor een leerling-journalist. Voordat er sprake was van een sollicitatiegesprek moest ik eerst twee proef-artikelen schrijven: eentje naar eigen keuze en een onderwerp-met-opdracht. Waar dat laatste over ging weet ik niet mee. De vrije opdracht was een verhaal over –natuurlijk- muziek, over de opkomst van de Philly Sound, de soul uit Philadelphia. Trammps, O’Jays, Harold Melvin and the Blue Notes, Three Degrees….jullie weten waar mijn muzikale passie ligt! En zowaar, de twee artikelen waren aanleiding om mij uit te nodigen voor een gesprek. Afijn, de rest is geschiedenis.

M'n eerste perskaart, die van De Gelderlander dus. Wel een status-papiertje destijds hoor! ;-)

M’n eerste perskaart, die van De Gelderlander dus. Wel een status-papiertje destijds hoor! 😉

Ik mocht beginnen als fulltime journalist en verdiende maar liefst bijna 900 gulden per maand. Bruto natuurlijk! Ik draaide om de week nachtdienst en dagdienst. De nachtdienst bestond voornamelijk uit het maken van de zg. eenkolommertjes. De telex scheuren en dan eenkoloms berichtjes maken. Had ik er zo’n veertig af, kreeg ik er van de eindredacteur 35 terug; niet goed, over maken. Op een type-machine he? Niks even stukjes deleten en opnieuw doen. Niks knippen en plakken. Tippex was er ook nog niet. Gewoon he-le-maal overtypen. En van die 35 kreeg ik er weer 26 terug. Nog niet goed. En in de nachtdienst bij De Gelderlander was je als leerling-journalist ook bier-koerier: bier halen bij het bijkantoor, een kroeg, die in de Hezelstraat bij de redactie van de Gelderlander om de hoek zat. Maar ik maalde er niet om: ik had een baan, ik was journalist en ik werkte bij een vooraanstaande krant! En ik had in vergelijking met mijn voormalige klasgenoten een prima salaris! Ik heb er ontzettend veel geleerd. Rob Hoogveld, Ivo Postma, Wim Iking, Hennie Derksen, Huub van Heiningen, Willy Koppers, zomaar wat namen van collega’s van toen die mij de kneepjes van het vak hebben geleerd. En dat moet voor hen geen makkie zijn geweest, want ik was maar een klein beetje eigenwijs! Maar, het is gelukkig allemaal goed gekomen.

Veertig jaar journalistiek, veertig jaar pers- en parkeerkaarten. Ik heb ze altijd allemaal bewaard!

Veertig jaar journalistiek, veertig jaar pers- en parkeerkaarten. Ik heb ze altijd allemaal bewaard!

En dat ik niet naar de School voor de Journalistiek mocht deerde mij al lang niet meer. “De praktijk is de beste leermeester”, ontdekte ik al snel. Mijn eerste opdracht in de dagdienst was het maken van een artikel voor de Nijmeegse stadspagina: over een tentoonstelling van zelf geweven en geknoopte wandkleden van bewoners van bejaardencentrum Doekenburg in de Nijmeegse nieuwbouwwijk Dukenburg! Waarom weet ik dat nog zo goed? Omdat ik het meisje achter de receptie van het bejaardenhuis kende van school: die klus leverde mij dus behalve het geslaagde verhaal ook nog een avondje uit met haar op. Ook toen sneed het mes al een twee kanten! Maar goed, De Gelderlander was dus in alle opzichten een geweldige leerschool. En die zou mij in het verdere verloop van mijn carriere geen windeieren leggen.

(Volgende week deel 2, ‘De radio was het ultieme doel!’)

Read Full Post »