Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for maart, 2014

De afgelopen drie maanden heb ik in blog-vorm wat prijs gegeven over mijn werk in de journalistiek de afgelopen 40 jaar. Volgende week vier ik dat mooie 40-jarige jubileum, precies op 1 april, de dag waarop ik weer terugkom uit Miami. En dan ga ik gewoon verder. Want ik ben een nieuwsjunk, steeds op zoek naar nieuws. Naar mooie, leuke en interessante verhalen. Steeds op zoek naar dat passende commentaar bij een voetbalwedstrijd, naar de juiste vragen in interviews.

Zo gemakkelijk als ik Hardwell kon spreken in 2011 bij WisH Outdoor in Beek en Donk zal het in Miami vrees ik niet gaan...

Zo gemakkelijk als ik Hardwell kon spreken in 2011 bij WisH Outdoor in Beek en Donk zal het in Miami vrees ik niet gaan…

De komende week ben ik de hele week in Miami voor het Ultra Music Festival. En natuurlijk maak ik er een mooi verhaal: het Algemeen Dagblad plaatst volgend weekend mijn reportage over met name de inbreng van de Nederlandse DJ’s op dit grootste driedaagse dance-festival ter wereld. Ik heb na veel moeite en hulp van anderen een pers-accreditatie voor Ultra Music Festival gekregen. Dat was nog een hele toer. Niet dat ik de illusie heb dat ik de Hardwell’s en Armin van Buuren’s van deze wereld daar gemakkelijk live te spreken krijg, integendeel. Maar ik kan mij waarschijnlijk wel wat vrijer bewegen dan als bezoeker. En dus wat gemakkelijker mijn werk doen. In Amerika zijn DJ’s popsterren, die enorm worden afgeschermd. Maar op wat kleinere feestjes die week in Miami lukt het mij waarschijnlijk wel genoeg informatie en quotes voor mijn verhaal te registreren. Ik heb al geleerd dat je ook in het wereldje van de danceindustrie creatief moet zijn, je relaties en netwerk goed moet gebruiken en soms ook gewoon slim moet zijn. En natuurlijk betrouwbaar. Maar dat is in de sportjournalistiek eigenlijk niet eens anders.

Ultra Music Festival Miami, het grootste dancefestival ter wereld.

Ultra Music Festival in Bayfront Park in Miami, het grootste driedaagse dancefestival ter wereld.

Voorafgaande aan het driedaagse festival geven een aantal vooraanstaande Nederlandse platenmaatschappijen uit de dance-industrie party’s voor relaties, pers en publiek. Die party’s, in het kader van de Winter Music Conference, zijn kleinschalige feesten, waar ik als journalist mijn werk wat gemakkelijker kan doen dan op zo’n groot mega-festival. Zo sta ik op de pers-lijst van een poolparty van Spinnin’  Records komende woensdagmiddag. Bij strandclub Nikki Beach in South Beach. Inderdaad, heel vervelend, zeker als je weet dat de dresscode beachy is! Maar ik kan er een aantal mensen spreken, die belangrijk zijn voor mijn verhaal. En daar gaat het dus in eerste instantie om. Zo hoop ik ook op donderdag (Revealed Recordings, Hardwell, Dannic) en zaterdag (Doorn Records, Sander van Doorn) bij dit soort gelegenheden op de perslijst te komen. Ik ben er nog druk mee doende.

...need to say more...??

…need to say more…??

En voor de rest ga ik er een beetje vakantie vieren. Mijn hotel ligt op de hoek van Washington Drive en Espanola Way in South Beach. Op 200 meter van het ongetwijfeld hagelwitte strand, in de nabijheid van een ongetwijfeld weergaloze hardlooproute en niet zo ver van de highway, die mij over de Seven Miles Bridge naar Key West voert. Espanola Way is de Dommelstraat van South Beach. Voor de niet-Eindhovenaren: de Dommelstraat is DE restaurantstraat van Eindhoven. En er zitten wat vriendinnen van mijn dochter in Miami Beach. Die nemen mij maandagavond -op m’n verjaardag- mee op sleeptouw. Ik heb iets gehoord van Mokai Monday’s, een club op South Beach….ik vind het goed!! Maak je over mij geen zorgen. Ik kom heelhuids weer terug!

Read Full Post »

Soms is journalistiek een kwestie van een lange adem. En van veel geduld. Je duikt als journalist in een zaak, die je graag boven water wilt hebben, maar niet altijd lukt dat meteen. Of: soms wil je graag iemand snel na een sportprestatie interviewen, omdat dan de emotie nog hoog zit en de adrenaline nog alle kanten op knalt. Maar soms wil of kan een sporter dan niet direct. Dan moet je wachten. Als je dat niet kunt of geen geduld hebt, dan kun je beter geen journalist worden.

Zomaar een mixed zone met collega's die atlete Marion Jones willen interviewen....

Zomaar een mixed zone met collega’s die atlete Marion Jones willen interviewen….

Ik zeg wel eens wat kort door de bocht dat ik dit werk nu 40 jaar doe: ik heb 30 jaar gewacht en 10 jaar gewerkt! Dat is natuurlijk onzin, maar het geeft wel aan dat er veel productieve tijd verloren gaat aan het wachten: in de mixed-zone op de sporter die jij net wilt interviewen. Je zult zien dat die net als laatste de kleedkamer uitkomt. Of wachten op de trainer die je na de training even wilt interviewen over blessures en de consequenties daarvan voor de opstelling. Maar die eerst nog een bespreking met zijn technische staf heeft. Dat kost je zo een uurtje of twee. Wachten tot ze tijd voor je hebben. Bobby Robson was daar in zijn PSV-tijd een meester in. Die liet mij rustig tot een uur of half drie, half vier vrijdagsmiddags wachten en zei dan doodgemoedereerd: “Oh Eddy, you’re still waiting for me?” Om daar aan toe te voegen: “If you ask rude questions, I’ll kill you!” Waarmee de toon meteen gezet was. Of Guus Hiddink, die mij wel eens zei dat hij aan mijn lichaamstaal kon zien, dat ik op hete kolen zat en snel met een interview naar Hilversum wilde. Dan liet-ie mij nog even extra lang wachten!

Soms gaat het wel snel, zoals hier bij triathleet Rob Barel in Sydney 2000.

Soms gaat het wel snel, zoals hier bij triathleet Rob Barel in Sydney 2000.

Wachten. In de mixed-zone bij evenementen was dat heel gebruikelijk. Wachten tot de sporter de kleedkamer uitkwam. Bij PSV tartte ik altijd het lot om juist die speler te willen interviewen die het langst in bad bleef liggen, die nog uitgebreid behandeld moest worden of die van huis uit toch al niet de snelste met aankleden was. Bij grote evenementen als Olympische Spelen of EK’s en WK’s had je ook nog wel eens de pech, dat de speler of sporter die je wilde interviewen eerst nog even langs de dopingcontrole moest. En ook dat kan best even duren! Wachten in een mixed zone is geen sinecure. Het is er druk, alle collega’s willen graag vooraan het hek staan en snel hun werk doen. Uitzendingen en deadlines wachten niet. Jij wel! Ik herinner mij nog EK 1996 in Engeland en WK 1998 in Frankrijk. Ingeklemd tussen Jaap van Essen van De Gelderlander/GPD en Anton Lippold van het ANP wachten op een speler die hopelijk iets wilde zeggen. Sommigen liepen altijd door zonder iets te zeggen, zonder op of om te kijken. Winston Bogarde, Edgar Davids, Clarence Seedorf bijvoorbeeld. Maar anderen hadden altijd tijd voor de pers.  Ronald en Frank de Boer, Phillip Cocu, Jaap Stam, Wim Jonk en ook de bondscoach, destijds Guus Hiddink. Ze hadden er misschien niet altijd zin in, maar ze deden het wel en dat valt te prijzen.

UEFA-perscef Rothenbueller kwam na uren wachten met de uitslag van de strafzaak in de zaak 'staafgooier' UEFA versus Ajax.

UEFA-perscef Rothenbueller kwam na uren wachten met de uitslag van de strafzaak in de zaak ‘staafgooier’ UEFA versus Ajax.

Wachten. Dat was bijvoorbeeld ook het geval bij de spraakmakende strafzaak van het Disciplinaire Comite van de UEFA in Zurich, eind jaren tachtig. Ajax was door de UEFA gedaagd omdat een of andere mafkees tijdens een Europese wedstrijd een ijzeren staaf richting de doelman van Austria Wien had gegooid. Ik heb die hele strafzaak destijds voor NOS-radio verslagen. Omdat het een besloten zitting van het Disciplinaire Comite betrof was het dus wachten, wachten en …nog eens wachten! Tot de toenmalige UEFA-perschef Rothenbueller de verzamelde Nederlandse pers een communique kwam voorlezen. Zie foto! Dat was uiteindelijk na uren wachten.
Ik vond dat wachten nooit een probleem. Natuurlijk kwam ik wel eens in de knel met een uitzending of deadline, maar soms loonde het lange wachten ook. Soms had ik net voor de radio toch dat ene interview, terwijl andere collega’s al waren afgehaakt. Dan bezorgt je dat toch wel weer zo’n yes-gevoel: goed dat ik even heb gewacht. Zo had ik bij het WK 98 in Frankrijk op een avond Guus Hiddink opgespoord. Die zat in een uitzending van Barend en Van Dorp bovenop een berg in het idyllische plaatsje Roquebrun Cap Martin. En na die uitzending ging-ie nog even vrolijk door met socializen met allerlei bekenden, terwijl hij wist dat ik voor NOS-radio een reactie van hem wilde registreren op de koppeling aan Argentinie in de halve finale. Dat had net die avond van Engeland gewonnen. Uiteindelijk kon ik dat interview doen en loonde het wachten van naar schatting anderhalf uur. Dat zijn dan toch de dingen die blijven hangen. Niettemin vraag ik me af wat nu werkelijk gewonnen heeft de afgelopen veertig jaar: werken of wachten!

Read Full Post »

In de afgelopen veertig jaar is er in mijn vak op veel fronten enorm veel veranderd. De typemachine werd eind de jaren tachtig ingeruild voor de computer. De traditionele bandrecorder maakte plaats voor digitale opnames als WAV of MP3. De komst van het digitale tijdperk bracht ook voor de journalistiek enorme mogelijkheden. Kijk eens hoe de laatste 15 jaar vindingen als de mobiele telefoon en internet voor een heel anders opererende journalistiek heeft gezorgd. Ik heb daar eind 2011 als eens een blog over geschreven. Ook de invloed van de commercie is veel groter geworden. Media nemen een veel belangrijker plaats in dan pakweg 20 jaar geleden; de impact van het geschrevene of gesprokene lijkt vele malen groter te zijn dan destijds.

Interview met Rene en Willy van de Kerkhof in een tijd dat je een verhaal nog niet vooraf hoefde te laten lezen. (Foto: Peter Smulders)

Interview met Rene en Willy van de Kerkhof in een tijd dat je een verhaal nog niet vooraf hoefde te laten lezen. (Foto: Peter Smulders)

En er zijn veel meer media. Vroeger stond ik als verslaggever van Omroep Brabant samen met Martin van de Kimmenade of Xavier Moonen van het ED bij de training van PSV. Nu zijn er vaak vier of vijf cameraploegen en een veelvoud aan journalisten. De toename van media is er mede debet aan dat je als journalist niet altijd meer baas over eigen verhaal bent. En dat kan wel eens frustrerend zijn. Geinterviewden willen tegenwoordig altijd voor publicatie het verhaal lezen. Bij (grote) voetbalclubs zijn het persvoorlichters, die voor publicatie de interviews met de spelers en trainers willen inzien. Op zich heb ik daar geen moeite mee, bijvoorbeeld als het gaat om een check op feitelijke foutjes. Die maakt ieder mens tenslotte en dus ook ik. Maar niet zelden schrikken mensen van hun eigen uitspraken als ze die vervolgens op papier teruglezen. En willen die dan graag uit het verhaal geschrapt zien, terwijl ze het tijdens het interview wel degelijk hebben gezegd. Bang voor de impact die zo’n uitspraak bij publicatie zou kunnen hebben. Of ze schrikken van de context waarin je als journalist een bepaalde uitspraak in het verhaal omschrijft. Uitspraken in media kunnen schadelijk zijn voor het imago van personen: sporters, politici, mensen uit het bedrijfsleven, DJ’s, artiesten: iedereen wil het verhaal even zelf lezen of laten checken door een persmedewerker. En, ik zal heel eerlijk zijn: toen ik zelf vorig jaar ben geinterviewd door een journaliste van het Eindhovense magazine Licht Op Eindhoven, wilde ik het zelf voor publicatie graag ook even lezen! En heb dat al voor het interview aangegeven!

Met de jongens van Showtek,  Sjoerd en Wouter Janssen. Het interview ging telefonisch, maar twee dagen later troffen wij elkaar bij toeval bij ADE in A'dam

Met de jongens van Showtek, Sjoerd en Wouter Janssen. Het interview ging telefonisch, maar twee dagen later troffen wij elkaar bij toeval bij ADE in A’dam

Door mijn muziekpassie ben ik de laatste jaren ook actief in de dancemuziek, ook als journalist. Ik vind het een boeiende wereld, schrijf af en toe recensies en heb recentelijk Sander van Doorn en Showtek kunnen interviewen. Alhoewel: het interview met Showtek ging telefonisch en dat met Sander van Doorn onlangs per e-mail. Omdat ze simpelweg niet beschikbaar waren voor een face-to-face-interview. Ik vind dat een handicap. Als ik iemand voor een wat groter verhaal interview, wil ik hem of haar graag kunnen zien, aan kunnen kijken en sfeer van een gesprek kunnen proeven. Interviews per telefoon -tenzij het om een enkele quote gaat- of e-mail komen een verhaal nou niet echt ten goede.

Ik stam nog uit de tijd dat je een interview voor publicatie nooit hoefde te laten lezen. Dat het nog een soort eer was, als er een journalist bij je op bezoek kwam om een verhaaltje voor de krant of een magazine te maken. Dat was zeker in mijn eerste jaren bij De Gelderlander nog het geval.

Interview met oud-Oranje Zwart-voorzitter Joop Veelenturf voor FRITS Magazine, die het verhaal wel voor publicatie wilde lezen. Maar daar nauwelijks iets in wilde wijzigen.

Interview met oud-Oranje Zwart-voorzitter Joop Veelenturf voor FRITS Magazine, die het verhaal wel voor publicatie wilde lezen. Maar daar nauwelijks iets in wilde wijzigen.

Toen ik later bij huis-aan-huisbladen-uitgever Janssen Pers in Gennep ging werken, wist ik dat ik meer met commercie te maken zou krijgen. Dat soort weekbladen leeft tenslotte van de adverteerder en die moet met de regelmaat van de klok gepleased worden met redactionele aandacht. Op zich is daar niets mis mee. Als je dat als journalist niet wilt, moet je niet voor dergelijke uitgeverijen gaan werken. En dat geldt ook voor mijn verhalen voor het magazine van PSV. Overigens  vind ik PSV en positief voorbeeld in dit verband, want voor het magazine PSV EHV kan ik normale, journalistieke verhalen maken. Met in het achterhoofd natuurlijk altijd de wetenschap, dat je voor een clubmagazine schrijft. Maar ik kan er prima mijn journalistieke ei in kwijt en dat is voor mij een maatstaf. Nogmaals, als dat niet het geval is, moet je het ook niet doen.

Dat geldt eigenlijk ook voor de magazines, die voornamelijk bestaan uit gekochte content. Adverteerders kunnen pagina’s redactionele content kopen. Ik ben een jaar lang actief geweest voor een commerciele uitgeverij in Eindhoven. Dat was even noodzaak omdat er twee grote opdrachtgevers wegvielen. Ik schreef bij die uitgeverij voor magazines, waarvan de content vaak verkocht en gekocht werd, al of niet middels een barter-deal: als jij dit voor mij doet, doe ik dat voor jou. Op zich is daar niets mis mee, maar op dat moment ben je als journalist in feite al geen baas meer over je eigen verhaal.

Coverstory's voor FRITS Magazine met Pieter van den Hoogenband, Phillip Cocu en Harry van Raaij: journalistieke verhalen met een kritische inslag!

Coverstory’s voor FRITS Magazine met Pieter van den Hoogenband, Phillip Cocu en Harry van Raaij: journalistieke verhalen met een kritische inslag!

De vraag is zelfs of je op dat moment nog wel journalist bent. Tekstschrijver is dan een betere benaming. Een journalist speurt naar nieuws, onderzoekt en doet verslag, ondervraagt fair maar kritisch als dat nodig is. Op een onafhankelijke basis. Maar bij het schrijven voor bladen, die gevuld worden met vrijwel alleen maar commerciele content, is van het bedrijven van journalistiek in de juiste zin van het woord eigenlijk geen sprake meer. Zeker niet als de geinterviewde uiteindelijk je hele verhaal grondig gaat verbouwen omdat hij het anders -dan jij het hebt geschreven- in het blad wil hebben. Dan ben je dus geen baas meer over je eigen verhaal. En dat zou je eigenlijk niet moeten willen.

(Op 1 april a.s. ben ik 40 jaar journalist. In januari, februari en maart zal ik wekelijks in blog-vorm de nodige anekdotes uit 40 jaar Journalistiek prijsgeven, inclusief foto’s uit den ouden doosch! Soms hilarisch, soms spannend, misschien ook wel onthullend! Volgende week deel 9)

Read Full Post »