Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2015

Grappig dat een nauwelijks kleine discussie op Twitter kan leiden tot deze blog! Een collega van het ED had het op Twitter gisteren over het inlassen van een rookpauze. Ik meende dat het woord inlassen niet correct was en dat het zou moeten gaan om iets ingelasten. En twitterde dat terug. Maar daar zat ik dus fout. Inlassen betekent volgens het woordenboek ‘iets tussenvoegen’. Je kunt dus wel een rookpauze inlassen, maar nooit een sportwedstrijd aflassen. Veel gebruikt, maar niet correct. Een sportwedstrijd wordt afgelast.

In mijn beginjaren bij Omroep Brabant was er een oudere collega, Ab Klaassens, die maandelijks onze geschreven nieuwsberichten onder de loep nam en daar op zijn eigen –vaak humoristische wijze- commentaar bij gaf. Zo was er ooit een bericht dat de leiding van FC Den Bosch zich zorgen maakte over de leegloop van spelers. Waarop hij er gevat bij zette: ‘Hoezo? Hadden ze diarree dan?’ Juist nu ik zelf al vele jaren werkzaam ben in de journalistiek, stoor ik mij ook best vaak aan foutief en oneigenlijk taalgebruik. Het te pas en te onpas verkeerd gebruiken van de woorden dan en als bijvoorbeeld. Of hun en zij. Of dat populaire taalgebruik op social media als me vader en me vrienden.

Presentatie op Radio 1 in de jaren '90 en '00 natuurlijk met zo correct mogelijk taalgebruik!

Presentatie op Radio 1 in de jaren ’90 en ’00 natuurlijk met zo correct mogelijk taalgebruik!

Ook in de sprekende sportjournalistiek worden nog steeds veel taalfouten gemaakt. Waarschijnlijk onbedoeld, als spreektaal, maar toch. Voorbeeld: je kunt nooit met nul-één winnen of verliezen. Je verliest of wint altijd met één-nul. Of je nu uit of thuis speelt. De tussenstand of eindstand daarentegen kan weer wèl nul-één zijn.
Een verslaggever van een clubwebsite gebruikte lange tijd het woord rustverslag. Boeiend, een verslag van de rust! Maar hij bedoelde daarmee het verslag van de eerste helft, dat hij in de rust schreef en online zette!
En wat dacht je van het bij NOS Langs de Lijn te pas en te onpas gebruikte woord einduitslag! Dat was zo’n beetje het stopwoordje van presentator Tom van ’t Hek. Is een uitslag niet altijd al eind?? Net zoals eindresultaat. Resultaat is altijd al eind. Nog eentje: een voetballer kan nooit een doelpunt scoren. De betekenis van het woord scoren is: doelpunt maken. Dus óf je scoort óf je maakt een doelpunt. Luister maar eens naar sportuitzendingen hoe vaak dat fout gebruikt wordt! Ik heb trouwens zelf jarenlang de fout gemaakt door de begrippen linkse en linker door elkaar te halen. Ik sprak in Langs de Lijn altijd over de linkse kant van het veld. Totdat regisseur Ferry de Groot mij daar een keer of wat op wees!

Ik weet, sommige grammaticale fouten zijn geen echte fouten, maar zijn in de loop der jaren verworden tot spreektaal. Maar ik ben van de generatie die nog steeds graag spreekt over ‘een aantal mensen gaat naar de wedstrijd’ in plaats van ‘een aantal mensen gaan naar de wedstrijd’. Een aantal is een enkelvoudig begrip en dus is het gaat in plaats van gaan. Het gaat om het aantal. Niet om de mensen. Er zijn nog steeds collega’s die het woord thans regelmatig gebruiken. Tegenwoordig of nu vind ik minder oubollig! Zo vind ik geschreven ‘de voorzitter heeft meegedeeld’ of ‘hij gaat deelnemen aan de voorronde’ heel mooi. Maar in spreektaal vind ik het not done. Dan is het ‘de voorzitter heeft gezegd’ of ‘hij gaat meedoen aan de voorronde’. Dat is ook mijn tip, die ik altijd aan jonge, beginnende sportverslaggevers meegeef: vertel het simpel, net zoals je het over de rand van de schutting tegen je buurman zou vertellen.

Han Hollander, de vader van het wollig sport-taalgebruik!

Han Hollander, de vader van het wollig sport-taalgebruik!

Dit gaat over correct taalgebruik. Niet over wollig of hyper taalgebruik. Dat mag van mij best in de sportjournalistiek en is ook van alle jaren, van alle generaties. Wat te denken van stoempen, geparkeerd staan, asfalteczeem, aan het elastiek hangen, d’r op en d’r over, een ontsnapping of een treintje opzetten? Tuurlijk dat gaat over wielrennen. Wijlen sportverslaggever Han Hollander was natuurlijk de vader van het wollige taalgebruik: ‘hij schoot het bruine monster door een woud van benen tussen het houtwerk tegen de touwen. En na de thee werden de bordjes verhangen en tapten de gasten uit een ander vaatje’. Zoiets dus!

Read Full Post »

De gebeurtenissen in Parijs de afgelopen week hebben ons allemaal weer aan het denken gezet over onze vrijheid van meningsuiting. En over onze persvrijheid. Hoe een groot goed dat is. Zeker journalisten moeten altijd kunnen zeggen en schrijven wat ze willen. Satirisch of niet. Kritisch of niet. Zonder dat dat represailles zoals de afgelopen week in Parijs tot gevolg heeft.

Op de perstribune/commentaarpositie in de Kuip in Rotterdam

Op de perstribune/commentaarpositie in de Kuip in Rotterdam

Als sportjournalist heb ook ík de intolerantie van dichtbij ervaren. Ik ben als verslaggever van Langs de Lijn –lopend met mijn koffertje met apparatuur met NOS-logo bij een stadion- regelmatig uitgescholden voor kut-NOS. Of kanker-NOS! Ik ken collega’s die niet meer naar bepaalde stadions gaan, omdat hen een te nadrukkelijke geaardheid voor een andere club wordt verweten. Onzin natuurlijk. Maar ze worden er bedreigd, ze voelen zich er niet veilig. Ze kijken de wedstrijd wel op tv. Thuis of op de redactie. Ook ken ik een collega die steevast van zijn auto het schildje met de naam van zijn autodealer onder zijn gele nummerplaat laat verwijderen, om elk verband met zijn herkomst uit Hilversum te vermijden. Triest dat dat nodig is. Hilversum werkt bij sommige clubs als de bekende rode lap op de even bekende stier. Onvoorstelbaar eigenlijk.

Er is een tijd geweest –in de jaren negentig- , dat ik mij op de perstribune van Feyenoord niet zo veilig voelde. Regelmatig werden verslaggevers daar door supporters op niet mis te verstane wijze geïntimideerd. Als je als radioverslaggever iets té enthousiast reageerde op een goal van de andere partij, was je aan de beurt. Dan was je niet voor hún! Echt, ik heb het aan den lijve meegemaakt. Een neefje van mij is ooit op Schiphol bij vertrek voor ’n vakantie door een Arnhemmer beschimpt omdat hij een N.E.C.-shirtje droeg. Onvoorstelbaar! En, het gebeurt nog stééds.
Als verslaggever voor SuperSport, de voorloper van Sport1, was ik eens op bezoek bij VfL Bochum in Duitsland. Daar heeft mijn Audi het een keer flink moeten ontgelden: ruitenwissers en buitenspiegels bleken na de wedstrijd afgebroken, lak was behoorlijk beschadigd. Er was overheen gelopen. Tja, Duitse auto, maar Nederlands nummerbord, hè?

De perstribune in de Amsterdam Arena.

De perstribune in de Amsterdam Arena.

Ook anno 2015 worden niet alleen bij voetbalstadions nog steeds auto’s vernield, omdat er een mini-shirtje van de verkeerde club aan de raam hangt. En komen supporters in het nauw omdat ze een sjaal van de verkeerde club dragen. Zit je bij een wedstrijd van je club niet in het uitvak, maar gewoon op de eretribune, dan kan juichen bij een goal van jouw club je wel eens duur komen te staan. Het gebeurd zelfs in businessrooms! Het is -anno 2015- te gek voor woorden.

De afgelopen week heeft ons weer eens met de neus op de feiten gedrukt. Vrijheid is in alle opzichten ons grootste goed. Vrijheid van meningsuiting is de hoeksteen van de democratie. Persvrijheid is daar een onmisbare schakel in. Laten we daar zuinig op zijn. Opdat je kunt zeggen wat je wilt. En kunt juichen voor je eigen club. Waar je ook bent. Zonder dat je dat duur komt te staan.

Read Full Post »

Ik ben opgegroeid met de Top 40. Toen de Top 40 in 1965 begon, was ik 12 jaar. Er was nog geen teletekst, geen internet, we deden het slechts met één televisiezender. Als je al televisie thuis had tenminste. Maar die Top 40 was belangrijk, zeker als je van popmuziek hield. Haal een gedrukt exemplaar, bij je platenhandelaar! 

De gezichten van het gedrukte exemplaar van de Top 40 in de loop der jaren...

De gezichten van het gedrukte exemplaar van de Top 40 in de loop der jaren…

Het was dé radiokreet, die Joost den Draaijer alias Willem van Kooten verzonnen moet hebben. Je kon niet wachten tot het vrijdag was. Dan lag het nieuwe gedrukte exemplaar van de Top 40 bij de grammofoonplatenwinkel. Je wist niet hoe snel je hem moest halen om te weten wie er op één stond en wie de nieuwe binnenkomers of de hoogste stijgers waren. Tuurlijk, nu google je het even. Of je kijkt op de Top 40-app op je smartphone: je krijgt een pushmelding als er een nieuwe nummer één is. Later kwam daar ook nog de tipparade bij. Met de alarmschijf: de grootste kanshebber om hoog in de Top 40 te komen.
In die tijd luisterde je op een transistor-radiootje naar Radio Luxemburg, waar Felix Meurders en Peter Koelewijn de diskjockey’s waren. De ontvangst was buiten zuid-Nederland belabberd: in de buurt van een bliksemafleider was de ontvangst nog het beste. Die fungeerde als extra antenne. Later zat je iedere zaterdagmiddag aan de radio gekluisterd om te luisteren naar de nationale zaterdagmiddag-gebeurtenis: alle veertig platen op een rijtje! Illegal door Radio Veronica uitgezonden vanaf een schip op de Noordzee. Rob Out, Lex Harding en Tom Collins waren de dj’s die de top 40 presenteerden. Het waren m’n helden van die tijd!
De Top 40 ontstond in de jaren dat Amerika maar vooral Groot Brittannië domineren in de wereld van de populaire muziek. De Britse invasie is in Amerika volledig op stoom gekomen. De Beatles waren trendsetter: in april 1964 stonden de Fab Four op de eerste vijf plaatsen van de Amerikaanse hitlijst, iets wat later nooit meer is gebeurd. De Billboard Hot 100 was dé toonaangevende hitparade voor de hele wereld. Een ware vloedgolf aan Britse bands -en artiesten weet in Amerika successen te scoren. Bands als Peter and Gordon, The Dave Clark Five, The Animals, Herman’s Hermits, The Yardbirds, The Kinks, The Zombies, The Hollies, Manfred Mann, Rolling Stones, Freddie & The Dreamers, The Who, The Shadows, The Troggs, Them, Wayne Fontana & The Mindbenders, The Small Faces en de Spencer Davis Group hebben hits. En ook solo-artiesten zoals Lulu, Cliff Richard, Tom Jones en Donovan zijn succesvol. Ook in Nederland domineren Britse artiesten in de top 40. Artiesten als de Beatles, maar ook Procol Harum’s A Whiter Shade Of Pale kwam in 1967 van niets op één binnen. Dat was uniek, zo leek het althans. Want het is in de 50-jarige geschiedenis van de Top 40 toch nog 30 keer voorgekomen dat een track van niets op één binnenkwam. En de laatste decennia niet meer of minder dan in de beginjaren van de hitlijst. Tussen 1968 en 1997 gebeurde het zelfs een periode van 29 jaar helemaal niet. De Beatles (I Feel Fine) waren in 1966 de eerste, Nick Simon (Julia) in 2013 de laatste. Later braken ook Nederlandse acts dankzij de top 40 internationaal door: Golden Earring, Shocking Blue en de George Baker Selection hadden aan de Top 40 een ideale opstap om ook aan de andere kant van de grote plas door te breken.

Vanaf dit schi

Vanaf dit schip, de Norderney, zond Radio Veronica in de jaren 60 en 70 de Top 40 ‘illegaal’ uit…

Nog steed is de Top 40 voor mij een leidraad, ook al omdat ik zo af en toe nog steeds als dj draai en daarom alles bij wil houden. Misschien omdat ik ermee opgegroeid ben, maar ik check ‘m vrijwel elke week. Niet meer bij mijn platenhandelaar, maar op mijn iPhone. Het boekwerk Top40 Hitdossier behoort al jaren tot mijn standaardwerk qua muziek om weetjes op te zoeken. En voor iedere draaiklus download ik toch maar even de nieuwste Top 40 om er zeker van te zijn dat ik alles bij me heb.

Natuurlijk was en is de betrouwbaarheid van de Top 40 altijd een heikel punt. Hoe precies waren de verkoopgegevens van een aantal geselecteerde grammofoonplatenzaken destijds? Hoe groot is de kans op manipuleren? Harde bewijzen voor de mogelijkheid om een goede Top 40-notering of een alarmschijf te kopen zijn er nooit geweest. Nog steeds zijn er discussies over de betrouwbaarheid. Inmiddels wordt de Top 40 langzaam ingehaald door de charts van Beatport en iTunes, die voornamelijk de (digitale) downloads als basis hebben. De kreet de enige echte houdt steeds minder stand. De generaties die met de Top 40 opgroeiden wordt steeds dunner en kleiner. En omdat verkoopcijfers al lang niet meer leidend zijn voor het samenstellen van de lijst, neemt ook het betrouwbaarheidsgehalte af.

I Fee Fine, de eerste nummer één in de Top 40

I Fee Fine, de eerste nummer één in de Top 40

De Nederlandse Top 40 gaat de populariteit van hits vanaf nu meten aan de hand van sociale media. Er wordt gekeken naar resultaten op Twitter, Youtube, Instagram en Facebook. Momenteel wordt de populariteit van hits gemeten op basis van airplay, streaming en muziekonderzoek met behulp van een panel. Daar komt nu dus de meting op social media-gebied bij. Trefwoorden zijn daarbij leidend. Waterdicht is deze meting niet, weet ook de stichting Nederlandse Top 40. En dat is jammer, want het tornt aan de status van het instituut dat de top 40 al vijftig jaar is.

Deze week bestaat de top 40 precies 50 jaar. De Beatles waren op 2 januari met I Feel Fine de eerste nummer één, deze week staat Ed Sheeran aan kop met Thinking Out Loud. Sheeran is van 17 februari 1991, toen de top 40 al 26 jaar bestond en de Beatles al weer uit elkaar waren. Van de Beatles weten we vrijwel zeker dat het in 1965 om de meest verkochte grammfoonplaten ging. Anno 2015 heb ik bij de koppositie van Ed Sheeran echter hele grote vraagtekens.

Read Full Post »