Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘eddy jansen’

Ik ben opgegroeid met de Top 40. Toen de Top 40 in 1965 begon, was ik 12 jaar. Er was nog geen teletekst, geen internet, we deden het slechts met één televisiezender. Als je al televisie thuis had tenminste. Maar die Top 40 was belangrijk, zeker als je van popmuziek hield. Haal een gedrukt exemplaar, bij je platenhandelaar! 

De gezichten van het gedrukte exemplaar van de Top 40 in de loop der jaren...

De gezichten van het gedrukte exemplaar van de Top 40 in de loop der jaren…

Het was dé radiokreet, die Joost den Draaijer alias Willem van Kooten verzonnen moet hebben. Je kon niet wachten tot het vrijdag was. Dan lag het nieuwe gedrukte exemplaar van de Top 40 bij de grammofoonplatenwinkel. Je wist niet hoe snel je hem moest halen om te weten wie er op één stond en wie de nieuwe binnenkomers of de hoogste stijgers waren. Tuurlijk, nu google je het even. Of je kijkt op de Top 40-app op je smartphone: je krijgt een pushmelding als er een nieuwe nummer één is. Later kwam daar ook nog de tipparade bij. Met de alarmschijf: de grootste kanshebber om hoog in de Top 40 te komen.
In die tijd luisterde je op een transistor-radiootje naar Radio Luxemburg, waar Felix Meurders en Peter Koelewijn de diskjockey’s waren. De ontvangst was buiten zuid-Nederland belabberd: in de buurt van een bliksemafleider was de ontvangst nog het beste. Die fungeerde als extra antenne. Later zat je iedere zaterdagmiddag aan de radio gekluisterd om te luisteren naar de nationale zaterdagmiddag-gebeurtenis: alle veertig platen op een rijtje! Illegal door Radio Veronica uitgezonden vanaf een schip op de Noordzee. Rob Out, Lex Harding en Tom Collins waren de dj’s die de top 40 presenteerden. Het waren m’n helden van die tijd!
De Top 40 ontstond in de jaren dat Amerika maar vooral Groot Brittannië domineren in de wereld van de populaire muziek. De Britse invasie is in Amerika volledig op stoom gekomen. De Beatles waren trendsetter: in april 1964 stonden de Fab Four op de eerste vijf plaatsen van de Amerikaanse hitlijst, iets wat later nooit meer is gebeurd. De Billboard Hot 100 was dé toonaangevende hitparade voor de hele wereld. Een ware vloedgolf aan Britse bands -en artiesten weet in Amerika successen te scoren. Bands als Peter and Gordon, The Dave Clark Five, The Animals, Herman’s Hermits, The Yardbirds, The Kinks, The Zombies, The Hollies, Manfred Mann, Rolling Stones, Freddie & The Dreamers, The Who, The Shadows, The Troggs, Them, Wayne Fontana & The Mindbenders, The Small Faces en de Spencer Davis Group hebben hits. En ook solo-artiesten zoals Lulu, Cliff Richard, Tom Jones en Donovan zijn succesvol. Ook in Nederland domineren Britse artiesten in de top 40. Artiesten als de Beatles, maar ook Procol Harum’s A Whiter Shade Of Pale kwam in 1967 van niets op één binnen. Dat was uniek, zo leek het althans. Want het is in de 50-jarige geschiedenis van de Top 40 toch nog 30 keer voorgekomen dat een track van niets op één binnenkwam. En de laatste decennia niet meer of minder dan in de beginjaren van de hitlijst. Tussen 1968 en 1997 gebeurde het zelfs een periode van 29 jaar helemaal niet. De Beatles (I Feel Fine) waren in 1966 de eerste, Nick Simon (Julia) in 2013 de laatste. Later braken ook Nederlandse acts dankzij de top 40 internationaal door: Golden Earring, Shocking Blue en de George Baker Selection hadden aan de Top 40 een ideale opstap om ook aan de andere kant van de grote plas door te breken.

Vanaf dit schi

Vanaf dit schip, de Norderney, zond Radio Veronica in de jaren 60 en 70 de Top 40 ‘illegaal’ uit…

Nog steed is de Top 40 voor mij een leidraad, ook al omdat ik zo af en toe nog steeds als dj draai en daarom alles bij wil houden. Misschien omdat ik ermee opgegroeid ben, maar ik check ‘m vrijwel elke week. Niet meer bij mijn platenhandelaar, maar op mijn iPhone. Het boekwerk Top40 Hitdossier behoort al jaren tot mijn standaardwerk qua muziek om weetjes op te zoeken. En voor iedere draaiklus download ik toch maar even de nieuwste Top 40 om er zeker van te zijn dat ik alles bij me heb.

Natuurlijk was en is de betrouwbaarheid van de Top 40 altijd een heikel punt. Hoe precies waren de verkoopgegevens van een aantal geselecteerde grammofoonplatenzaken destijds? Hoe groot is de kans op manipuleren? Harde bewijzen voor de mogelijkheid om een goede Top 40-notering of een alarmschijf te kopen zijn er nooit geweest. Nog steeds zijn er discussies over de betrouwbaarheid. Inmiddels wordt de Top 40 langzaam ingehaald door de charts van Beatport en iTunes, die voornamelijk de (digitale) downloads als basis hebben. De kreet de enige echte houdt steeds minder stand. De generaties die met de Top 40 opgroeiden wordt steeds dunner en kleiner. En omdat verkoopcijfers al lang niet meer leidend zijn voor het samenstellen van de lijst, neemt ook het betrouwbaarheidsgehalte af.

I Fee Fine, de eerste nummer één in de Top 40

I Fee Fine, de eerste nummer één in de Top 40

De Nederlandse Top 40 gaat de populariteit van hits vanaf nu meten aan de hand van sociale media. Er wordt gekeken naar resultaten op Twitter, Youtube, Instagram en Facebook. Momenteel wordt de populariteit van hits gemeten op basis van airplay, streaming en muziekonderzoek met behulp van een panel. Daar komt nu dus de meting op social media-gebied bij. Trefwoorden zijn daarbij leidend. Waterdicht is deze meting niet, weet ook de stichting Nederlandse Top 40. En dat is jammer, want het tornt aan de status van het instituut dat de top 40 al vijftig jaar is.

Deze week bestaat de top 40 precies 50 jaar. De Beatles waren op 2 januari met I Feel Fine de eerste nummer één, deze week staat Ed Sheeran aan kop met Thinking Out Loud. Sheeran is van 17 februari 1991, toen de top 40 al 26 jaar bestond en de Beatles al weer uit elkaar waren. Van de Beatles weten we vrijwel zeker dat het in 1965 om de meest verkochte grammfoonplaten ging. Anno 2015 heb ik bij de koppositie van Ed Sheeran echter hele grote vraagtekens.

Read Full Post »

Natuurlijk kijk ik deze dagen zoveel mogelijk wedstrijden van het WK Voetbal in Brazilie. En ik hoor en lees ook de kritiek op de collega-verslaggevers, die in Brazilie vaak onder lastige omstandigheden hun werk doen. Denk daar ook eens aan! Natuurlijk zijn het fantastische trips, maar het is hard werken, veel wachten, een hoop reizen, lange dagen maken. Niet erg hoor, want het is geweldig om erbij te zijn, om met je neus voor aan te staan!

De NOS-equipe voor het WK 1990 in Italie. met o.m. Jack van Gelder (nog met haar!), Kees Jansma en Evert ten Napel.

De NOS-equipe voor het WK 1990 in Italie. Met o.m. Jack van Gelder (nog met haar!), Frank Snoeks, Kees Jansma en Evert ten Napel.

Ik heb drie, eigenlijk vier WK’s meegemaakt. Als verslaggever was ik betrokken bij de WK’s van 1990 in Italie, 1994 in Amerika en 1998 in Frankrijk en als reisleider was ik bij het WK van 1974 in Duitsland. Ik werkte toen net een paar maanden als leerling-journalist bij De Gelderlander, dat voor haar lezers busreizen naar de WK-wedstrijden in Duitsland organiseerde. En op die bussen waren reisleiders nodig en toen dat verzoek langs kwam was ik de eerste om m’n vinger op te steken! Dus maakte ik vrijwel alle wedstrijden –behalve de finale- mee: de poule-wedstrijden tegen Zweden, Bulgarije en Uruguay en de tweede ronde tegen Polen, Argentinie en Brazilie. Ik herinner mij nog een wedstrijd tegen Uruguay in de regen in Gelsenkirchen en die sensationele wedstrijd met goals van Cruyff en Neeskens tegen Brazilie in Dortmund.

Het WK van 1990 in Italie was mijn eerste WK als verslaggever. Ik maakte deel uit van de NOS-equipe en had Milaan als uitvalsbasis. Jack van Gelder deed de wedstrijden van Oranje dat op Sicilie bivakkeerde. Ik deed alle belangrijke schaduwwedstrijden, zoals die van Belgie, Brazilie (met Romario!) en Engeland (met bondscoach Boby Robson). Belgie speelde tegen Zuid-Korea, Uruguay en Spanje. Die wedstrijden waren allemaal in Verona. Brazilie speelde haar wedstrijden in Genua, ik heb ook nog Engeland-Ierland in Bologna gedaan en dan waren er ook nog de diverse trainingen en persconferenties. Ik deed vrijwel alles per trein en reed af en toe -als we toevallig dezelfde wedstrijd deden-  met TV-collega Evert ten Napel mee. Die had een huurauto.

Mijn accreditaties van de WK's van 1990 en 1998

Mijn accreditaties van de WK’s van 1990 en 1998

Veel vrije tijd was er niet. Reizen en wachten slurpte veel tijd op, maar ik vond het geweldig. Collega Carl Huybregts van de (toen nog) BRT nam mij op sleeptouw in het Belgische kamp, waar prima te werken viel. Ik heb dat toernooi weinig van Oranje meegekregen, maar was wel aanwezig bij DE wedstrijd: de uitschakeling tegen West-Duitsland in San Siro in Milaan. Met het spuugincident Frank Rijkaard vs. Rudi Voller. Dat vergeet je nooit meer. Ik herinner mij ook nog dat ik op het vliegveld bij vertrek naar Milaan de compact-cassette (weten we nog wat dat is?) van Jeff Lynne’s Armchair Theatre kocht. Die heb ik gedurende de vele uren treinreizen grijs gedraaid!

Mijn tweede WK was die van 1994 in Amerika, maar dat WK heb ik beleefd als eindredacteur van de nachtelijke uitzendingen van Langs de Lijn in Hilversum. Door het tijdsverschil waren alle wedstrijden in onze nachten en er moesten WK-journaals met interviews en beschouwingen gemaakt worden. Interessante klus en ook hel zinnig om als verslaggever de andere kant van de uitzendingen mee te maken!

Journalistenforum op Radio 1 met o.m. Valentijn Driessen (Telegraaf), Paul Onkenhout (Volkskrant) en Matty Verkamman (Trouw)

Journalistenforum op Radio 1 met Valentijn Driessen (Telegraaf), Paul Onkenhout (Volkskrant), Chris van Nijnatten (AD) en Matty Verkamman (Trouw)

Het WK waar ik de beste herinneringen aan beleef is het WK in Frankrijk in 1998. Daar had ik vier weken lang een multifunctionele taak: interviews bij Oranje (trainingen en wedstrijden), schaduw-wedstrijden van poulegenoot Belgie volgen en offtube andere interessante duels doen. Vooral dat laatste deed nogal wat stof opwaaien, want het op je hotelkamer verslaan van wedstrijden voor de radio, terwijl je naar de televisie keek, was tot die tijd not done. Het verwijt dat wij de luisteraar belazerden vind ik niet terecht. Ik heb daar al eens eerder een blog over geschreven.

We zaten in Zuid-Frankrijk in een hotel in Menton. Daar zaten verder vrij veel bejaarden, zodat het plaatsje al snel omgedoopt was in Dementon. Niettemin was het een vrij ideale uitvalsbasis. Je zat zo op de snelweg, het was vlakbij La Turbie, waar niet allen het Oranjehotel, maar ook het complex van AS Monaco de trainingsbasis van Oranje was en ook Roquebrun Cap Martin was dichtbij: daar was elke avond de talkshow van Barend en Van Dorp: voor ons van de radio ook handig om bepaalde mensen even te spreken. Bovendien was er op het dakterras van ons hotel elke avond een speciale uitzending van Studio Sport, waar altijd spelers van het Nederlands elftal aanwezig waren. Die konden wij voor de radio dan ook meteen interviewen! Ik weet ook nog dat ik in mijn groene BMW 318 in twee dagen van oost naar west ben gereden om Belgie-Zuid-Korea in Bordeaux te doen: de ene dag 900 km heen, inchecken in hotel, wedstrijd doen, interviews maken en doorspelen, slapen en de volgende dag weer 900 km terug.

Fraai stuk in het AD over de NOS-radio-equipe in Frankrijk.

Fraai stuk in het AD over de NOS-radio-equipe in Frankrijk.

Leuk waren ook de speciale uitzendingen, die wij op rustdagen maakten: een journalistenforum op het terras van het hotel om met collega’s van dag en weekbladen te praten over de prestaties van Oranje. Het werk van de NOS-radio-equipe (Ron de Rijk, Bram Gaillard en ik) leverde zelfs nog een mooi verhaal in het Algemeen Dagblad op.

Tijdens dat WK in Frankrijk maakte ik voor het eerst kennis met de gemakken van internet. Niet dat daar al zoveel op te vinden was, maar mijn laptop met Compuserve-(inbel)internet en Netscape-browser opende toch deuren, die tot die tijd voor mij gesloten bleven. Zestien jaar geleden was het nieuw, nu onmisbaar in het hedendaagse communicatieverkeer!

Read Full Post »

Soms is journalistiek een kwestie van een lange adem. En van veel geduld. Je duikt als journalist in een zaak, die je graag boven water wilt hebben, maar niet altijd lukt dat meteen. Of: soms wil je graag iemand snel na een sportprestatie interviewen, omdat dan de emotie nog hoog zit en de adrenaline nog alle kanten op knalt. Maar soms wil of kan een sporter dan niet direct. Dan moet je wachten. Als je dat niet kunt of geen geduld hebt, dan kun je beter geen journalist worden.

Zomaar een mixed zone met collega's die atlete Marion Jones willen interviewen....

Zomaar een mixed zone met collega’s die atlete Marion Jones willen interviewen….

Ik zeg wel eens wat kort door de bocht dat ik dit werk nu 40 jaar doe: ik heb 30 jaar gewacht en 10 jaar gewerkt! Dat is natuurlijk onzin, maar het geeft wel aan dat er veel productieve tijd verloren gaat aan het wachten: in de mixed-zone op de sporter die jij net wilt interviewen. Je zult zien dat die net als laatste de kleedkamer uitkomt. Of wachten op de trainer die je na de training even wilt interviewen over blessures en de consequenties daarvan voor de opstelling. Maar die eerst nog een bespreking met zijn technische staf heeft. Dat kost je zo een uurtje of twee. Wachten tot ze tijd voor je hebben. Bobby Robson was daar in zijn PSV-tijd een meester in. Die liet mij rustig tot een uur of half drie, half vier vrijdagsmiddags wachten en zei dan doodgemoedereerd: “Oh Eddy, you’re still waiting for me?” Om daar aan toe te voegen: “If you ask rude questions, I’ll kill you!” Waarmee de toon meteen gezet was. Of Guus Hiddink, die mij wel eens zei dat hij aan mijn lichaamstaal kon zien, dat ik op hete kolen zat en snel met een interview naar Hilversum wilde. Dan liet-ie mij nog even extra lang wachten!

Soms gaat het wel snel, zoals hier bij triathleet Rob Barel in Sydney 2000.

Soms gaat het wel snel, zoals hier bij triathleet Rob Barel in Sydney 2000.

Wachten. In de mixed-zone bij evenementen was dat heel gebruikelijk. Wachten tot de sporter de kleedkamer uitkwam. Bij PSV tartte ik altijd het lot om juist die speler te willen interviewen die het langst in bad bleef liggen, die nog uitgebreid behandeld moest worden of die van huis uit toch al niet de snelste met aankleden was. Bij grote evenementen als Olympische Spelen of EK’s en WK’s had je ook nog wel eens de pech, dat de speler of sporter die je wilde interviewen eerst nog even langs de dopingcontrole moest. En ook dat kan best even duren! Wachten in een mixed zone is geen sinecure. Het is er druk, alle collega’s willen graag vooraan het hek staan en snel hun werk doen. Uitzendingen en deadlines wachten niet. Jij wel! Ik herinner mij nog EK 1996 in Engeland en WK 1998 in Frankrijk. Ingeklemd tussen Jaap van Essen van De Gelderlander/GPD en Anton Lippold van het ANP wachten op een speler die hopelijk iets wilde zeggen. Sommigen liepen altijd door zonder iets te zeggen, zonder op of om te kijken. Winston Bogarde, Edgar Davids, Clarence Seedorf bijvoorbeeld. Maar anderen hadden altijd tijd voor de pers.  Ronald en Frank de Boer, Phillip Cocu, Jaap Stam, Wim Jonk en ook de bondscoach, destijds Guus Hiddink. Ze hadden er misschien niet altijd zin in, maar ze deden het wel en dat valt te prijzen.

UEFA-perscef Rothenbueller kwam na uren wachten met de uitslag van de strafzaak in de zaak 'staafgooier' UEFA versus Ajax.

UEFA-perscef Rothenbueller kwam na uren wachten met de uitslag van de strafzaak in de zaak ‘staafgooier’ UEFA versus Ajax.

Wachten. Dat was bijvoorbeeld ook het geval bij de spraakmakende strafzaak van het Disciplinaire Comite van de UEFA in Zurich, eind jaren tachtig. Ajax was door de UEFA gedaagd omdat een of andere mafkees tijdens een Europese wedstrijd een ijzeren staaf richting de doelman van Austria Wien had gegooid. Ik heb die hele strafzaak destijds voor NOS-radio verslagen. Omdat het een besloten zitting van het Disciplinaire Comite betrof was het dus wachten, wachten en …nog eens wachten! Tot de toenmalige UEFA-perschef Rothenbueller de verzamelde Nederlandse pers een communique kwam voorlezen. Zie foto! Dat was uiteindelijk na uren wachten.
Ik vond dat wachten nooit een probleem. Natuurlijk kwam ik wel eens in de knel met een uitzending of deadline, maar soms loonde het lange wachten ook. Soms had ik net voor de radio toch dat ene interview, terwijl andere collega’s al waren afgehaakt. Dan bezorgt je dat toch wel weer zo’n yes-gevoel: goed dat ik even heb gewacht. Zo had ik bij het WK 98 in Frankrijk op een avond Guus Hiddink opgespoord. Die zat in een uitzending van Barend en Van Dorp bovenop een berg in het idyllische plaatsje Roquebrun Cap Martin. En na die uitzending ging-ie nog even vrolijk door met socializen met allerlei bekenden, terwijl hij wist dat ik voor NOS-radio een reactie van hem wilde registreren op de koppeling aan Argentinie in de halve finale. Dat had net die avond van Engeland gewonnen. Uiteindelijk kon ik dat interview doen en loonde het wachten van naar schatting anderhalf uur. Dat zijn dan toch de dingen die blijven hangen. Niettemin vraag ik me af wat nu werkelijk gewonnen heeft de afgelopen veertig jaar: werken of wachten!

Read Full Post »

Jullie gaan komend weekend carnaval vieren. Ik niet, ik vlucht. Weg van dat feestgedruis, weg van de idioterie. Voor mijn geen optocht, geen bier, geen kroegentocht. Want ik heb echt niks met carnaval. Nooit gehad, alhoewel ik het wel geprobeerd heb en er natuurlijk beroepshalve in de afgelopen 40 jaar wel mee te maken heb gehad. Tegen wil en dank, dat dan weer wel.

Dit moet rond 1979 geweest zijn, toen ik als redacteur van Janssen Pers het carnaval in Gennep versloeg. Participerende journalistiek dus...

Dit moet rond 1979 geweest zijn, toen ik als redacteur van Janssen Pers het carnaval in Gennep versloeg. Participerende journalistiek dus…

Voornamelijk in de tijd dat ik bij uitgeverij Janssen Pers in Gennep werkte, had ik jaarlijks veel met carnaval te maken. De plaatselijke carnavalsvereniging Mombakkes en ook de carnavalsclubs van omliggende plaatsen als Bergen, Heijen, Afferden, Ottersum en Milsbeek kregen ieder jaar een keurige carnavalskrant en ook de krant na het carnaval, met alle foto’s van optochten en dergelijke, zag er altijd top uit. Gelukkig hadden die carnavalsverenigingen allemaal een medewerker of bestuurslid, die prima artikeltjes schreven. Ik vond dat best, want dan hoefde ik het zelf niet te doen en er alleen maar eindredactie op te plegen. Ik bleef het liefst aan de zijlijn staan. Het bezoeken van het jaarlijkse prinsenbal, de pronkzittingen of de optocht waren een hinderlijke, vervelende verplichting, maar ik moest er nu eenmaal bij zijn als redacteur van de lokale krant. De vooraanstaande meneren van de carnavalsclub waren tenslotte allemaal invloedrijke adverteerders in de krant. Tja, en wat doe je dan. Dan probeer je er het beste van te maken. Ik stortte mij heel voorzichtig in het feestgedruis, maar het carnavalsfeest heeft mij nooit echt kunnen beetpakken. Ik hou van gezelligheid, dat weten de meesten wel. Ik lust graag een drankje, hou van het Bourgondische leven, sommigen noemen mij een feestbeest, maar met carnaval heb ik zoiets van: laat maar, hoeft niet!

Sorry, maar met carnaval heb ik dus echt helemaal niks...

Sorry, maar met carnaval heb ik dus echt helemaal niks…

Het zal met mijn kom-af te maken hebben. Ik ben geen geboren Brabander, het carnaval zit bij mij als Hagenees niet in het DNA. Ik ben er niet van kindsaf aan mee opgegroeid en was al bijna 18 jaar, toen ik van Den Haag naar Nijmegen verhuisde. Ik heb ook nog wel eens als DJ op carnavalsfeesten gedraaid, maar ook dat was geen doorslaand succes. In de laatste plaats niet voor mezelf. Drie weken geleden werd ik benaderd door een boekingskantoor. Of ik voor een best interessante gage tijdens de Elfkroegentocht op dinsdag 5 maart in Cuyk wilde draaien. Nou moet er veel gebeuren wil ik een DJ-gig afwijzen, maar ik heb hier toch vriendelijk voor de eer bedankt. Je doet er namelijk echt niemand een plezier mee. Al die mensen niet en mezelf ook niet. Want ik vind het simpelweg niet leuk. Bovendien hoorde ik laatste iemand over carnaval zeggen: ‘dat is toch alleen maar zuipen en achter de wijven aan?’  Als ik dat al zou willen heb ik daar geen carnaval voor nodig. Dat kan ik bij wijze van spreken ieder weekend!

Carnavalsoptocht Den Bosch 1992: wie bende gullie en wa stelde gullie vur? (foto: ANP)

Carnavalsoptocht Den Bosch 1992: “Wie bende gullie en wa stelde gullie vur?” (foto: ANP)

In 1992 heb ik kortstondig bij Omroep Brabant in Den Bosch als programmaleider gewerkt. Jarenlang bij de NCRV en NOS had ik beroepsmatig niets met carnaval van doen. Heerlijk! Maar bij Omroep Brabant was ik een van de verslaggevers, die in februari van dat jaar een reportage van de Bossche optocht mocht maken. Mocht? Moest, want liever had ik nee gezegd. Sjezus, wat vraag je dan aan die mensen die in zo’n optocht meelopen? Wie bende gullie en wa stelde gullie vur? Meer kun je toch in alle redelijkheid niet verzinnen? En dan die ongelooflijke t*ringherrie op die zuipwagens! Niks voor mij dus. Jarenlang ging ik in de carnavalsweek skien. De kids hadden toch schoolvakantie! Maar de carnavalsweken in de sneeuw zijn mij veel te druk geworden. En met de kids kan ik inmiddels ook buiten de schoolvakanties skien. Maar, ik ben er tijdens de carnavalsdagen toch weer weg van. Vluchtgedrag dus. Net als vorig jaar heerlijk vier dagen naar Scheveningen, weg van de gekte, weg van de idioterie. De hardloopschoenen en iPad gaan mee en die drankjes pak ik daar wel! Niettemin wens ik jullie komende dagen alle lol van de wereld. Geniet er intens van, dan doe ik dat ook. Op mijn manier! Alaaf en proost!

(Op 1 april a.s. ben ik 40 jaar journalist. In januari, februari en maart zal ik wekelijks in blog-vorm de nodige anekdotes uit 40 jaar Journalistiek prijsgeven, inclusief foto’s uit den ouden doosch! Soms hilarisch, soms spannend, misschien ook wel onthullend! Volgende week deel 8)

Read Full Post »